Trainen met mate(n)

Vroeger ging ik wel eens met mijn vader mee ‘trainen’. Dan ging hij hardlopen, afgewisseld wat schaatssprongen, en mocht ik mee op mijn kinderfietsje. Als mijn vader ging squatten in de berm, mocht ik als gewicht op zijn schouders. Daarna kwamen we moe, maar voldaan thuis. Mijn vader is niet alleen één van mijn trouwste supporters, maar ook altijd één van mijn beste trainingsmaatjes gebleven.

Met de ploeg

In de loop der jaren heb ik steeds meer trainingsmaatjes om mij heen verzameld. In eerste instantie zijn dat natuurlijk mijn ploeggenootjes. Helaas, ondanks dat marathonschaatsen een teamsport is (veel meer dan bijvoorbeeld langebaanschaatsen), kan ik niet elke dag met mijn ploeg trainen. We doen wel ons best om gezamenlijke trainingsdagen en -kampen in te plannen, maar dat lukt niet dagelijks. Iedereen woont namelijk in een ander deel van het land. Friesland, Noord-Holland, Zuid-Holland, Gelderland... De trainingen die we samen doen zijn daardoor extra veel waard. Vooral deze maand, in aanloop naar het wedstrijdseizoen, pakken we wat gezamenlijke schaatstrainingen mee op verschillende ijsbanen in het land.

Een kieskeurige sporter

Wat mijn trainingen betreft, deed ik tot drie jaar geleden altijd maar wat. Een uitgestippeld trainingsschema had ik niet echt; ik wilde elke dag alleen maar veel, hard en lang trainen. Inmiddels weet ik dat rust de belangrijkste training is. Ook ben ik met de jaren gestructureerd volgens een schema gaan trainen, waarbij er steeds meer spelregels kwamen kijken. Regels die je soms probeert te omzeilen, maar waarvan je stiekem wel weet - en merkt - dat ze je beter gaan maken. In plaats van ‘een moeilijke eter’ ben ik dus ‘een lastige sporter’. Daarom voel ik me soms ook bezwaard om iemand mee te vragen met mijn trainingen. Niet iedereen heeft zin in intervallen heen en terug op de dijk. En als ik een uurtje ga uitfietsen, rijd ik waarschijnlijk veel te langzaam voor iemand die gewoon lekker hard wil doorfietsen.

Voor het eerst sprinten

Een collega van mij is zo iemand: Hij wil altijd hard fietsen en dat doet hij ook nog eens behoorlijk. Terwijl ik bang werd van zijn data, wilde hij toch graag een keer met mij fietsen. Toen heb ik hem ‘uitgenodigd’ voor een sprinttraining (15-secondensprintjes bergop). Na de tweede serie had hij ‘een raar gevoel in zijn benen’. Wat bleek? Hij had zijn benen nog nooit zo gepijnigd. Toch bleek het een win-winsituatie: Bij de sprintjes kon ik me goed aan hem optrekken en hij vond het, vanwege de afwisseling, een leuke training. Zo leuk dat hij twee dagen later ook meeging met wat langere blokken op de dijk.

Werk op de fiets

Met een andere collega ga ik sinds dit voorjaar ook graag fietsen. Het maakt niet uit of het hard gaat of zacht, we zijn redelijk aan elkaar gewaagd. Tijdens rustige ritjes bespreken we wel eens werk - haar project sluit aan op de

mijne - maar kletsen we gelukkig ook over andere dingen. Bij wat pittigere trainingen weten we elkaar net iets meer op te jutten. Soms is dat precies wat je bij een solo-training mist. Natuurlijk is er meestal wel tijd over voor een ijsje.

34Ecea0E 84Ba 410E 9E86 78641Afbe76C

Trainen met haas

Eigenlijk zou ik met iedereen wel willen en kúnnen trainen, maar het moet voor beiden wel leuk blijven. Zo zou ik mijn vriend niet blij maken met twee uur skeeleren, maar vindt hij het wel leuk om op de fiets mee te gaan. Voor mij is het ideaal, zo’n haas op de fiets: Hij kan het verkeer net iets beter in de gaten houden (en op tijd remmen) en ik kan lekker in zijn wiel duiken.

Img 3716

Apart, maar toch samen

Trainingsmaatjes hoeven niet altijd even hard te gaan. Mijn moeder gaat nog graag mee skeeleren, maar kan me nét niet bijhouden. Als we samen gaan skeeleren, rijden we daarom naar ons favoriete plekje - glad asfalt, weinig verkeer - en rijden we ieder apart onze rondjes. Soms komen we elkaar tegen, maar nooit onszelf. Misschien minder gezellig, maar daarna gaan we samen moe en voldaan weer naar huis.

Een paar weken was ik met mijn vader op precies datzelfde rondje: Hij op zijn hardloopschoenen, ik op een geüpgradede versie van mijn kinderfiets. Opnieuw werkte hij zijn schaatssprongen af, terwijl ik wat uitfietste. Dit keer besloot ik maar niet in zijn nek te klimmen. Het moet voor beiden wel leuk blijven natuurlijk.

Foto header door Erik van den Boogert.

Img 3670

Reacties