Met Zweeds natuurijs toe

In mijn vorige blog wilde ik jullie laten meeproeven van mijn huidige winterseizoen. Afgelopen maand bleek des te meer in welke smaken de winter kan komen. We zaten eigenlijk nog vol van het hoofdgerecht van het seizoen: Anderhalve week op de Weissensee, met zeker geen onverdienstelijke resultaten. Toch laat je altijd ruimte over voor het toetje, niet? Wij marathonschaatsers smachten dan naar Nederlands natuurijs, maar terug in Nederland troffen we al de eerste krokussen aan en bliezen Ciara en Dennis een warme wind door het land. Toen februari ook nog recordtemperaturen haalde – maximum, helaas – leek de kans op een echte Elfstedentocht definitief verkeken. Gelukkig stond er nog een buitenlandse specialiteit op de dessertkaart: Twee weken na de Weissensee trokken we verder naar het Noorden voor een weekje Zweeds natuurijs.

Oostenrijks vs. Zweeds natuurijs

Voor het derde jaar op rij zijn we met de ploeg in het Zweedse Luleå. In de haven van deze stad, rijden we het tweede en laatste deel van de buitenlandse natuurijswedstrijden. Het gaat om wedstrijden van 80, 40 en 100 km; in die volgorde, met een rustdag na de eerste koers. De beleving van natuurijs is hier anders dan op de Weissensee in Oostenrijk. Daar rijden we lussen op een meertje, hier rijden we een uitgestrekter parcours over zee-ijs, langs de randen van de stad. Er zijn hier minder (Nederlandse) toerrijders, maar gelukkig komen er soms ook wat Zweden ons aanmoedigen tijdens de wedstrijden.

Brrr….

De weersomstandigheden kunnen hier ook zwaarder zijn: Kou en wind gaan dan een grotere rol spelen in het verloop van de koers. Wat de kou betreft zijn we inmiddels ervaren en weten we hoe we ons moeten kleden. Waar we op de Weissensee al extra maatregelen nemen door thermokleding met windstopper en een skibril te dragen, gaan we in Zweden een stapje verder. De bivakmuts wordt uit de kast gehaald en van kinesiotape knippen we een vlindervorm (zie foto) om op onze neus en wangen te plakken. Ook voorzien we onze schaatsschoenen van een extra isolerende laag bubbeltjesplastic. Een laagje vaseline op onbedekte stukjes gezicht, maakt het af. Vorig jaar heb ik mijn wang lelijk verbrand aan de snijdende, koude wind.

Vlinders

Op de foto: Ninja's Elske, Anneleen en ik

Verzorgen, verzorgen, verzorgen

Wanneer ik mensen vertel over onze lange wedstrijden op natuurijs, hoor ik vaak de vraag of we wel tijd hebben om te eten en hoe we al die koolhydraten meenemen. Langs het parcours staan verzorgingstenten waar onze verzorgers bidons kunnen aangeven. In de bidons zit isotone sportdrank van BORN en met tape zit er een BORN-reepje of -gelletje op geplakt. Voor de zekerheid stop ik ook altijd een reservereep en -gelletje in mijn achterzak, voor als ik meerdere malen de bidon niet kan aanpakken of laat vallen. Zodra je de bidon aanpakt is het, vooral met extreme kou, belangrijk om zo snel mogelijk te drinken. Ondanks dat de sportdrank wordt bereid met warm tot heet water, is de drank na een halve ronde (ca. 5 km) vaak al bevroren. Naderland zijn in onze buff en losse haarplukken ook ijsklontjes te vinden. Snel de (voorverwarmde) tent in om andere kleding aan te trekken!

Editie 2020

Net als vorig jaar blijkt het Zweedse avontuur ook dit jaar weer een verrassingsmenu, in verschillende smaken. De eerste wedstrijd over 80 km rijden we bij gevoelstemperaturen onder de -10 graden Celsius. Er staat niet veel wind, wat het minder koud maakt, maar alsnog komen we met bevroren buffs over de finishlijn. Toch lijkt de koers nu niet te worden bepaald door kou en zelfs niet door valpartijen. De wedstrijd draait uit op een massasprint en ik finish als negende. De volgende dag, vrijdag, treedt de dooi in. Voor de schaatsers die dan de recreatieve toertocht rijden, zijn de omstandigheden bar. Er ligt water op het ijs en er valt natte sneeuw. Dat belooft wat voor het weekend! Tenminste, als je van zware omstandigheden houdt, zoals ik. De volgende dag ligt er echter een harde, egale ijsvloer en is het niet meer koud. Dit keer is het de wind die de (relatief korte) koers bepaalt. Al na vijf kilometer ligt het hele peloton uit elkaar. Waaieralarm! Ik weet me te handhaven in de snelle race en finish als zesde. Ook tijdens de grote finale van 100 km, op zondag, ligt er ondanks de dooi een prachtig parcours. Al vroeg in de wedstrijd – met weinig wind – kom ik in een kopgroep van 15 dames terecht. Terwijl de wind steeds meer opsteekt, wapperen mijn concurrentes er één voor één af. Op een gegeven moment is het peloton moe en staakt zijn bijhaalpogingen. Wij blijven met zes dames over, die in een sprint uiteindelijk de winst verdelen. Ik verlies en word zesde, maar kan me troosten met een uiteindelijke vijfde plek in het natuurijsklassement van het gehele seizoen.

Al met al was mijn Zweedse natuurijsje een heerlijk toetje van het seizoen. Want zelfs als je op bevroren zeewater rijdt, geldt: Natuurijs smaakt altijd naar meer!

Foto header door Vincent Riemersma


Reacties

10 mrt. 2020
Ricardo
Mooi artikel Janneke!