#meer(dan)marathon

Als Dione het rustieke decor van een of ander Frans dorpje heeft verruild voor een felverlichte ijshal in Heerenveen, weet je dat het schaatsseizoen is begonnen. Negen van de tien keer gaat het over langebaanschaatsen, racen tegen de klok. Daarnaast wint het snelle en afwisselende spel van het shorttracken steeds meer populariteit. Ten slotte wordt héél soms ook een oer-Hollandse schaatsdiscipline kort benoemd: het marathonschaatsen.

Langer dan een marathon

Er zijn niet veel mensen die weten wat marathonschaatsen precies inhoudt, maar het gedeelte ‘marathon’ doet al vermoeden dat er over een lange afstand wordt geschaatst. Inderdaad, de mannelijke marathonschaatsers in de hoogste divisie (Topdivisie) leggen wekelijks minimaal een marathon af, namelijk 125 rondjes over een 400-meterbaan. Ze pakken dan wel de binnenbochten, maar komen op de eindstreep alsnog uit op zo’n 45 kilometer. De vrouwen moeten het wekelijks met minder doen, namelijk 80 rondjes, maar dit wordt goed gemaakt tijdens de jaarlijkse wedstrijden op de Weissensee en Zweden. Dan rijden beide categorieën wedstrijden van tot wel 200 km. In totaal rijden de mannen dit seizoen in wedstrijdverband 2355 ronden op kunstijs en wel 790 kilometer op natuurijs. Voor de vrouwen is dit 1530 ronden en 660 km.

Een teamsport

Ongeacht de afstand, blijven de spelregels hetzelfde: Welke rijd(st)er als eerste over de finish komt, wint. De schaatsers rijden echter niet in paren, zoals bij het langebaanschaatsen. Net als in het wielrennen wordt er in een peloton gereden, met teams van vier (bij de vrouwen) tot zes (bij de mannen). Je kunt je voorstellen dat de teamtactiek grotendeels bepaalt wie er wint. Spaart het team gedurende de hele wedstrijd zijn sprinter, zodat deze zijn of haar tegenstanders in de laatste 100 meter kan verslaan? Of probeert een team met een man of twee al eerder in de wedstrijd van de concurrentie weg te rijden – of zelfs het peloton te lappen?

Geen Olympische discipline

Door de lange afstanden en het ploegenspel gebeurt er dus veel tijdens een schaatsmarathon. Toch gaat de media-aandacht veelal uit naar het langebaanschaatsen en ook steeds meer het shorttrack. Het marathonschaatsen is bovendien geen Olympische discipline, maar sinds de laatste Winterspelen is er een onderdeel dat doet denken aan het marathonschaatsen, namelijk de massastart. Bij deze mini-marathon over 16 rondes zie je dan ook marathontoppers aan de start verschijnen. Daarnaast komen er veel marathonschaatsers uit op de lange afstanden van het langebaanschaatsen, zoals Carien Kleibeuker en Jorrit Bergsma.

Marathonschaatsen en ik

Sommigen zeggen dat er een nieuwe Elfstedentocht voor nodig is om het marathonschaatsen (weer) op de kaart te zetten, maar daar denk ik anders over. Zelf ben ik net begonnen aan mijn derde seizoen bij de Topdivisie vrouwen. Dit doe ik samen met team iM FARMING, een damesteam dat we drie jaar geleden zelf hebben opgericht. Ik ben marathonschaatsster geworden, omdat ik van de lange adem ben. Inmiddels weet ik dat marathonschaatsen meer is dan alleen ‘marathon’. Het is de koppen bij elkaar steken, vlak voor de wedstrijd, om de wedstrijdstrategie door te nemen. Het is de zoveelste scheur in rijden, om vervolgens een smak te maken, weer op te staan en naar het peloton te ploeteren. Het is de koppen bij elkaar steken na een slopende koers, boven een dampende kop chocolademelk. Het is trainen voor die ene tocht die al 20 jaar niet meer geweest is, maar toch elk jaar weer je geluk kunnen zoeken in een alternatieve versie op buitenlands natuurijs. Het is 200 kilometer naar de klote gaan, maar dan toch meer willen. Meer marathon.

#meermarathon

#meerdanmarathon

Foto met dank aan Erik Homan.


Reacties