Kampioen in het afbreken van melkzuur?

In een eerdere blog schreef ik dat atleten mogelijk andere darmbacteriën hebben dan niet-sporters. In bijvoorbeeld wielrenners en rugbyspelers zijn er hogere aantallen gevonden van Akkermansia, Bacteroides, Prevotella, Methanobrevibacter en Veillonella. Een paar jaar geleden klonken er zelfs geruchten over 'poepdoping': Zou je van een niet-sporter een topatleet kunnen maken, als je hem de darmbacteriën van een topatleet zou geven? Zover zijn we (nog) niet, maar wel hebben wetenschappers uit Boston onlangs een bacterie gevonden in marathonlopers, die de sportprestaties in muizen verhoogde.

Meer Veillonella

De onderzoekers keken naar de darmbacteriën van marathonlopers vóór en na de Boston Marathon van 2015 en zagen dat de hoeveelheid bacteriën van het geslacht Veillonella in het tijdbestek van tien dagen was toegenomen. Dit effect bleek onafhankelijk van dieet, een belangrijke factor in de samenstelling van darmmicrobiota. Ook in ultramarathonlopers en Olympisch roeiers zagen ze een stijging in Veillonella na een wedstrijd. Om te testen wat het voordeel van deze bacteriën zou kunnen zijn, isoleerden de onderzoekers een bepaalde soort (Veillonella atypica) uit één van de hardlopende proefpersonen en gaven deze bacterie aan een muizen. Vervolgens moesten de muizen een soort maximaaltest doen in een tredmolen. Wat bleek? De muizen die V. atypica hadden gekregen, hielden het langer vol dan controlemuizen.

Geen hogere afbraak van melkzuur

Veillonella is erg interessant in het kader van sport, omdat dit geslacht bacteriën melkzuur kan afbreken – juist, het stofje dat zorgt voor de beruchte ‘zure benen’. Het grootste deel van dit melkzuur wordt afgebroken in de lever. De onderzoekers vermoedden nu dat melkzuur tijdens inspanning via het bloed ook naar de darmen wordt getransporteerd, om daar af te worden gebroken door V. atypica. Ze testten in muizen of dit daadwerkelijk gebeurde – dit bleek nog nooit onderzocht – en ze zagen dat geïnjecteerd melkzuur inderdaad van het bloed naar de darmholtes werd vervoerd. De onderzoekers concludeerden echter dat dit niet leidde tot een algemeen hogere afbraak van melkzuur.

De rol van propionzuur

Op welke manier zou de bacterie dan wél kunnen bijdragen aan een beter uithoudingsvermogen in muizen? V. atypica zet melkzuur om in de korteketenvetzuren azijnzuur en propionzuur. Eerdere studies, ook met muizen, lieten zien dat propionzuur o.a. de hartslag en maximale zuurstofconsumptie verhoogt en de bloeddruk beïnvloedt. De wetenschappers verwachtten daarom dat propionzuur (deels) een rol speelt in het prestatie verhogende effect van V. atypica. En inderdaad, wanneer propionzuur in de darmen van een groep muizen werd geïnjecteerd, zagen ze hetzelfde prestatieverhogende effect als bij de toediening van de bacterie.

V. atypica en de atleet

Deze studie laat zien dat onze darmbacteriën mogelijk een belangrijke rol spelen in sportprestaties. Maar waarom zou V. atypica zich in eerste instantie liever in atletendarmen vestigen? De onderzoekers denken dat de hoge concentraties melkzuur in atleten een voordeel biedt aan melkzuur afbrekende bacteriën zoals V. atypica. Waarom dit niet (of minder) geldt voor andere melkzuur afbrekende bacteriën, is nog niet bekend.

Poepdoping?

Betekenen deze resultaten dat poepdoping toch realiteit gaat worden? Of dat BORN hun sportvoeding voortaan gaat suppleren met V. atypica? Voorlopig nog niet, om meerdere redenen. Ten eerste is deze studie, zoals meestal bij wetenschappelijk onderzoek in een vroeg stadium, gebruik gemaakt van muizen. Hoe menselijke darmbacteriën zich gedragen in een muis, zegt niet altijd iets over hoe ze zich gedragen in de mens. Ten tweede zal alleen V. atypica niet voldoende zijn om een positief resultaat te krijgen. De darmmicrobiota zijn namelijk een complex geheel van honderden soorten bacteriën die met elkaar – en met hun gastheer – samenwerken. Er zijn bovendien meer bacteriën die melkzuur afbreken en/of propionzuur produceren. Helaas rapporteert de studie niks over de aanwezigheid en aantallen van die andere darmbacteriën in de proefmuizen.

Zelf heb ik laatst de samenstelling van mijn darmbacteriën in kaart laten brengen. Helaas stond V. atypica er niet tussen. Wel zou het kunnen dat ik andere melkzuur afbrekende bacteriën bij me draag, die de taak van de bacterie hebben overgenomen. Of zal ik toch een shotje V. atypica overwegen?

Dit artikel heb ik eerder – in een ander format – gepubliceerd op de website van Stichting Darmgezondheid.

Bronnen


Reacties