In balans blijven

In maart sluiten de Nederlandse ijsbanen één voor één hun deuren. In tegenstelling tot vorig jaar, toen er begin maart nog natuurijs lag, was dit jaar de schaatskoorts in Nederland in februari al flink gezakt. Desondanks roerde maart 2019 alsnog zijn staart en had hij een rits regenachtige dagen en woeste winden voor ons in petto. Mij kon het niet deren, want ik hoefde niet buiten te trainen. Mijn rustperiode was namelijk aangebroken.

Griep

Het schaatsseizoen is voor marathonschaatsers erg lang en eindigt in een climax met wedstrijden op buitenlands natuurijs in Oostenrijk en Zweden. Voor mij smaken die wedstrijden naar meer, wat vorig jaar beantwoord werd met een driedaagse op natuurijs en op de vierde dag de finale van de KPN Cup (de landelijke competitie). Die KPN Cup finale moest ik dit jaar laten schieten. Bij terugkomst uit Zweden had ik een buikgriep te pakken en lag ik bijna een week ziek op bed. Daarna besloot ik direct een punt achter het seizoen te zetten. Het was genoeg geweest.

Niksen... of toch niet?

De rustperiode kwam dit jaar dus niet ongelegen en zeker niet ongepland. Na een halfjaar intensief wedstrijden rijden, is het belangrijk om het lichaam een aantal weken rust te geven. Dit hield in dat ik niet of nauwelijks trainde, of alleen als ik daar zin in had. Ik moet bekennen dat dat laatste bijna nooit voorkwam, omdat mijn agenda zich vanzelf weer vulde met andere activiteiten. In een periode met trainingsvrije avonden en wedstrijdloze weekenden, kan ik wat langer blijven hangen op feestjes, afspreken met vrienden die ik niet zo vaak spreek of wat vaker op de bank kruipen met een boek. Begrijp me niet verkeerd; in de maanden dat ik wél train vind ik ook voldoende ontspanning, maar soms is het fijn om even een adempauze te nemen.

Een stapje terug

Toch vind ik het ook eng om in zo’n rustperiode een stapje terug te doen. Tijdens mijn laatste wedstrijden presteerde ik goed en het liefst zou ik deze vorm doortrekken naar het nieuwe (winter)seizoen. Na de rustperiode voelt het daarentegen alsof je weer met een schone lei moet beginnen en de resultaten van het afgelopen seizoen niet meer tellen. Bovendien is de weg naar de volgende schaatswedstrijden in oktober even lang als het winterseizoen zelf, en in dat tijdbestek kan van alles gebeuren.

Op naar de zomer

Aan de andere kant is de weg naar het volgende winterseizoen ook lang genoeg om er weer een schepje bovenop te doen. De nieuwe trainingsprikkels die me deze zomer te wachten staan, kunnen er ook voor zorgen dat ik straks weer sterker aan het wedstrijdseizoen begin. Daarvoor blijft de rustperiode echter cruciaal; nu mijn lichaam (en geest) weer ‘gereset’ zijn, ben ik weer gretig om deze trainingsprikkels op te vangen. Laat het zomerseizoen nu maar komen!


Reacties