Hack, hack, in je trainingsjack

Als ik ’s ochtends wakker word, werp ik een blik op mijn horloge. Dankzij optische hartslagmeting, wordt op het scherm mijn ochtendpols weergeven. Die noteer ik in een app, samen met het aantal slaapuren en de slaapkwaliteit op een schaal van 1 tot 10. Soms voer ik handmatig mijn ochtendgewicht in. Als ik ga trainen, gebruikt mijn horloge GPS om te registreren waar ik heen ga en met welke snelheid. Mijn hartslag schiet omhoog als ik even aanzet of een berg op fiets, wat ik achteraf kan terugzien in een grafiekje. Na de training geef ik aan hoe zwaar ik de training vond, op een schaal van 1 tot 10. Inmiddels kan ik er niet meer om heen: Ik ben een biohacker.

Biohacking?

Bij biohacking moest ik in eerste instantie denken aan doe-het-zelf wetenschappers die in hun garage knutselen aan het DNA van bacteriën of hun eigen DNA analyseren. Dit is inderdaad een vorm van biohacking, maar de term is veel breder. Volgens Peter Joosten gaat biohacking om het verbeteren van je cognitieve en fysieke prestaties, zelfmetingen, implantaties van chips in je lichaam, 3D bio-printen, DNA hacking, langer leven, singulariteit en transhumanisme. Joosten deelt biohacking op in drie onderdelen: self tracking, human performance improvement en human enhancement. Dat laatste gaat over het verbeteren van de menselijke functies, door bijvoorbeeld het toevoegen van elektronische of biologische componenten, of met behulp van genetische modificatie. Ook al vind ik dit als biomedisch wetenschapper erg interessant, voor deze blog laat ik ze even buiten beschouwing. Als sporter wil ik het graag hebben over de eerste twee onderdelen.

Self tracking

Vrijwel alle atleten die een trainingsschema volgen, doen automatisch aan self tracking. Om vooruitgang te boeken met trainingen, is het namelijk cruciaal om feedback te geven op de voltooide training. Hoe reageert je lichaam op bepaalde trainingsprikkels? Moet je lang herstellen of mag het programma eigenlijk wel een tandje zwaarder? Als je een dagboek zou bijhouden om daarin te noteren hoe je je voelde na een training, dan is dat al een vorm van self tracking. Daarnaast is ook het delen van je trainingen op Strava, een wedstrijdverslag op Facebook of een foto van een training op Instagram een vorm van self tracking. Zelf gebruik ik dus mijn horloge om hartslag- en snelheidsmetingen om te zetten in data. Het kan natuurlijk nog veel extremer. Denk bijvoorbeeld aan eetdagboeken, wattagemetingen, metingen in windtunnels, lichaamstemperatuurmetingen, lactaatmetingen of andere bloedanalyses, inspanningstests, et cetera. Meten is namelijk weten!

Human performance improvement

De gegenereerde data kan gebruikt worden om nieuwe trainingsschema’s te voeden. Immers, je wilt als sporter niet alleen beter zijn dan je concurrentie, maar ook de sporter die je gisteren, vorige week of drie jaar geleden was. Net als de vele manieren om je fysieke gesteldheid of prestaties te monitoren, zijn er ook legio opties om je lichaam sterker te maken*. Hierbij gaat het niet alleen om geoptimaliseerde voeding, een gestructureerd trainingsschema en voldoende herstel (body hacking), maar ook aan methoden om bijvoorbeeld meer gefocust aan een wedstrijd te verschijnen (mind hacking). Topsporters halen werkelijk alles uit de kast om beter te worden. Wat dacht je van hoogtetentjes om hoogtestage na te bootsen of een ijsbad na een zware training?

Wordt sport voorspelbaar?

De genoemde manieren van biohacking doen vermoeden dat een atleet maakbaar is. Stel dat we in staat zijn om het menselijk lichaam daadwerkelijk te hacken, namelijk dat we werkelijk alles kunnen meten en vervolgens afwijkingen kunnen corrigeren met beschikbare (legale) middelen. Is sport dan nog wel leuk? Kunnen we dan niet van iedereen een Sven Kramer maken? Oftewel, is de mens een machine? Niet helemaal, zou ik zeggen. Afgezien van genetische aanleg en het vermijden van ongeluk(ken), speelt ook het mentale aspect een belangrijke rol in sportprestaties. Soms heeft een atleet gewoon zijn dag niet, een andere keer raakt hij negatief beïnvloed door de concurrentie. Hierop hebben biohackers ook een antwoord, namelijk in de vorm van nootropics (supplementen die kunnen worden gebruikt om mentale prestaties te verhogen). Toch denk ik dat minder beïnvloedbare eigenschappen zoals discipline en doorzettingsvermogen onmisbaar zullen blijven voor (top)sportprestaties. Tot slot is bij een sport als marathonschaatsen tactiek en ploegenspel mede een sleutel tot succes: Elke wedstrijd is weer anders, want de interacties tussen de verschillende rijders zijn onvoorspelbaar. Daar kan (nog) geen biohacker tegenop!

Wat denk jij? Tot hoeveel procent kan biohacken sportprestaties beïnvloeden? En welke aspecten zullen altijd (of voorlopig) onaantastbaar blijven?

Meer lezen?

Klik hier. Peter Joosten schreef bovendien het boek “Biohacking, de toekomst van de maakbare mens.”

*Het begrip doping laat ik in deze blog nog even buiten beschouwing, want dit levert weer andere discussies op. Immers, met de huidige toename van technologische en biologische kennis, wordt ook het grijze gebied tussen toegestane en niet-toegestane middelen groter. In een latere blog daarover meer.

Image1

Reacties