Een intermezzo

Ondanks de hoge temperaturen, is het schaatsseizoen inmiddels lang en breed begonnen. Toch blik ik nog even terug op de zomertrainingen, waarin ik het pelotongevoel probeerde vast te houden op de fiets.

Hoewel ik een marathonschaatsster ben, wiens prestatie grotendeels afhangt van haar team en de rest van het peloton, kruip ik vaak genoeg in de rol van de eenzame fietser (Hoe sterk is…). Maar écht alleen fietsen, doe ik meestal niet. Ik laat me opjagen door uniforme groepen wielrenners, gekleed in een hip tenue van hun selecte wielerclubje. Door een oude man op een racefiets van een niet nader te noemen merk, met celeste sokken en handschoentjes. Door een forens op zijn toerfiets, met fietstassen en een broekklem. Het verkeer is voor mij eerder een versplinterd peloton.

Vooral op de dijk laat ik me vaak uitdagen door mijn medeweggebruikers. Het vormt het ideale en meest veilige terrein voor tempoblokken en intervallen. Door de geringe bebouwing kan ik mijn tegenstanders al vanaf een afstand observeren en gebruik ik fietsers vóór mij als richtpunt om naartoe te rijden. Dit levert soms gênante situaties op: nadat ik mijn beoogde tegenstander heb ingehaald tijdens een lange versnelling, moet ik in de remmen voor een rustblok, waarna de verslagen fietser mij onvermijdelijk weer komt inhalen. Ik buig mijn hoofd van schaamte en probeer niet al te hard uit te hijgen. Soms neem ik nonchalant een slok uit mijn bidon.

Natuurlijk word ik op mijn beurt dikwijls ingehaald door anderen. Een naderend voorwiel bemerk ik snel genoeg in mijn ooghoek. In een reflex duik ik dieper ineen, mijn handen nog vaster om de beugels geklemd. Ik kijk stiekem opzij naar benen en schoenen en probeer in een split-second te beslissen: even extra aanzetten, direct in het wiel duiken of laten gaan. Een nette pantalon met zakelijk schoeisel willen mij nog wel eens bedriegen en trapt mij soms met gemak voorbij. Gelukkig ontdek ik niet veel later de accu onder de bagagedrager.

Lange beklimmingen geven me iets meer tijd om te reageren. Het tempo ligt lager, waardoor ik niet alleen kan kijken naar outfit en sekse (jup, echt waar), maar ook naar het type crankstel en algehele fitheid. Als ik eenmaal heb besloten om me vast te bijten aan deze 'concurrent(e)', duiken er echter andere dilemma's op. Hoe lang is het nog naar de top? Kan ik bij steilere stukken eventueel nog een tandje lichter schakelen? Stiekem hoop ik dat de passant tijdens de inhaalmanoeuvre even aan het bluffen was...

Aan het einde van de rit doet het er niet toe hoeveel mensen ik heb ingehaald. Uiteindelijk word ik ingehaald door de tijd en keer ik eenzaam weer naar huis. Ik kan niet wachten tot de eerstvolgende schaatsmarathon.


Reacties