Duurzame duursport – Proloog

De renner hangt voorovergebogen over zijn stuur. Deze bergetappe beloofde al een pittige te worden. Hij voelt het zweet langs zijn oren naar beneden sijpelen. Hijgend maar beheerst grijpt hij een bidon uit de houder en neemt een slok. Hierna is de drinkfles leeg; met een achteloos gebaar laat de renner de bidon naast zijn fiets vallen. De drinkfles belandt niet op het asfalt van de col die de renner aan het beklimmen is, maar ploft zachtjes op een mat, om te worden opgeraapt door de begeleiding. Het virtuele landschap waar het peloton doorheen raast, blijft brandschoon.

Halverwege de zwaarste col van de dag, begint de helling eindelijk wat begint af te vlakken en kan het peloton even op adem komen. De renner voelt hoe de weerstand van de smarttrainer, waarop hij zijn benen laat werken, terugloopt. In dit moment van ontspanning laat hij zijn gedachten afdwalen. Via zijn virtualrealitylenzen kijkt hij om zich heen. In het dal ziet hij het dorp liggen, dat ze al een tijdje achter zich hebben gelaten. De renner herkent de typische kerktoren uit de dagen dat ze daadwerkelijk in het geprojecteerde landschap koersten.

Dergelijke wedstrijden zijn nu – anno 2036 – verboden. Fatale valpartijen en kritiek op de milieubelasting van drieweekse koersen over openbare wegen, zetten de wielerbond voor het blok: Het moest anders. Door een pandemie werd men gedwongen de ontwikkelingen te versnellen en wilde het wielerpeloton zich hard maken voor een veiligere en schonere koers, op alle fronten.

Tegenwoordig worden de koersen dus niet meer georganiseerd op de openbare weg, maar zijn gecentreerd in grote hallen met smarttrainers. De renners worden in de hal opgesteld per ploeg, zodat de begeleiding altijd in de buurt is, en er geen auto’s mee hoeven te rijden voor verzorging, materiaal of coaching. Alle renners rijden virtueel hun etappes. Meestal is het parcours gebaseerd op echte wegennetwerken om de “plaatselijke” VVV te ondersteunen, maar zo nu en dan zit er ook een fictief landschap tussen. In het begin was er veel kritiek op deze manier van koersen: het zou nu alleen gaan om de wattages die de renners kunnen trappen, niet om hun behendigheid in het peloton of aerodynamica. Inmiddels is de technologie zo ver dat de renners moeten blijven sturen en de zuiging van het peloton zeer nauwkeurig wordt vertaald naar weerstand op de pedalen. Bovendien wordt met behulp van lichaamssensoren de houding van de renners gemeten, wat hun snelheid bij tegenwind of een afdaling bepaalt.

Op dit moment zit de renner comfortabel voorin, in het wiel van een tegenstander die hij maar beter in de gaten kan houden.

Niet alleen voor de renners was deze manier van koersen wennen, maar ook het publiek. Uiteindelijk maakte een pandemie hen bewust van de kwetsbaarheid van het peloton. Het werd daarna veel minder leuk om op een berg te staan wachten om enkele seconden van de wedstrijd met een smartphone vast te leggen. Nee, achteraf gezien vergrootte het gebruik van mobiele telefoons, om likes te scoren op sociale media, alleen maar de afstand tussen de sport en het publiek. Daarentegen kunnen supporters nu live het peloton vanuit een virtuele helikopter of motor volgen, en zelfs kiezen vanuit het perspectief van welke renner ze willen “inschakelen”. Bovendien kunnen ze extra betalen om de real time data van deze renner in de gaten te houden. De échte fans kunnen zelfs boodschappen op het digitale asfalt achterlaten of korte, aanmoedigende leuzen naar de renners sturen.

Toch denkt de renner, vooral vandaag – hier, op deze col, waar normaal honderden fans zich zouden verzamelen – terug aan de tijd dat verklede supporters met het peloton mee holden. Tja, denkt de renner, het menselijke contact met fans is wel een beetje verdwenen uit de sport, maar het is dan ook koers… Het is koers! Juist op dat moment zet een tegenstander de aanval in. De renner reageert direct door op zijn pedalen te gaan staan. Rechts bovenin het scherm van zijn VR-blik, ziet hij het wattage waarmee hij naar boven trapt omhoog schieten. Met een aardige punch blijft de aanvaller stevig doortrappen, maar gelukkig kan de renner in zijn wiel blijven en weten ze met z’n tweeën een gat te slaan met het peloton. De aanvaller stuurt licht naar buiten; hij vraagt de renner om over te nemen. De renner checkt snel zijn data: Met het huidige wattage dat hij wegtrapt kan hij het waarschijnlijk nog wel een tijdje volhouden en ook zijn lactaat- en glycogeenvoorraad lijken nog in orde: Die worden continu gemeten met een ingebrachte sensor en direct uitgelezen door de ploegleiding. Daarnaast neemt de ploegleiding zo nu en dan wat zweet af, om zijn vochtverlies te peilen.

De meet- en dus de controleerbaarheid van de koers kon natuurlijk op kritiek rekenen van een aantal wielerliefhebbers. Het verloop van een koers werd nauwelijks meer bepaald door materiaalpech, ook al liet de virtuele technologie vooral in het begin nog te wensen over. Bij relatief saaie parcoursen wordt er soms alsnog een willekeurige-lekke-banden-generator ingeschakeld. Ook kunnen er virtueel bepaalde troeven worden verdiend, zoals dat in de eerste versies van virtuele fietsprogramma’s al bedacht was. In eerste instantie leek ook het weer geen rol meer te spelen in de grote, goed geventileerde hallen. Tot iemand bedacht om bij een aantal wedstrijden het klimaat in de hallen te reguleren. Het enige wat (nog) niet nagebootst kan worden is de atmosfeer, met minder zuurstof bovenop de berg – ondanks enkel experimenten met mondmaskers en geïsoleerde ruimtes per renner.

Deze klimaatregulatie roept nog altijd weerstand op: Is de koers nu per se schoner? Men vergeet soms echter dat een deel van de energie die opgewekt wordt door de smarttrainers, kan worden omgezet in elektriciteit voor de voorzieningen. Bovendien laten de koersen geen enkel spoor van afval achter. Het virtuele landschap biedt juist meer ruimte voor reclame, zonder onnodige verspilling van materiaal of ophoping van afval. Ook omdat de sponsoruitingen op de wielertenues virtueel is – in de hal dragen ze slechts neutrale kleding dat vooral comfortabel zit – worden er minder grondstoffen verspild aan kleding. Het geef sponsoren ook de mogelijkheid om later in het seizoen een plekje te claimen op het shirt, hoewel er wel eisen worden gesteld aan een minimale contractduur.

De twee uitlopers van de koers bereiken bijna de top. Het lijkt erop dat ze op deze col zo’n halve minuut gaan pakken op het peloton. Wat betekent dat ze voor het podium rijden! Nouja, in het virtuele virtuele klassement dan.

In dit blog schets ik een toekomstscenario van duurzame duursport, in dit geval een wielerkoers. In mijn komende blogs wil ik aan bovengenoemde aspecten van sport extra aandacht besteden. Denk aan klimaatneutrale faciliteiten, energiewinnende (maar slopende ;-)) koersen en duurzame sportkleding en -voeding. Heb je persoonlijke suggesties of vragen? Laat hieronder een reactie achter.

Foto door Anneleen Zijl

Greenwheels

Reacties